Neologisme nr. 1007:  vitaliteitssparen

Bron: taalbank.nl, Woord van de Dag, 12 oktober 2011

Citaat: "Zo introduceerde de overheid een paar weken geleden het zogeheten vitaliteitssparen. Vitaliteitssparen komt in de plaats van de vertrouwde spaarloonregeling voor werknemers, die per 1 januari 2012 wordt beŽindigd. Overigens zal daarmee het woord spaarloonregeling waarschijnlijk niet meteen verdwijnen uit onze taal. Het is zelfs mogelijk dat spaarloonregeling, dat velen inmiddels vertrouwd in de oren klinkt, in de toekomst gebruikt wordt ter aanduiding van nieuwe vormen van fiscaal vriendelijk sparen.

Vitaliteitssparen zelf is overigens geen spaarloonregeling in de strikte zin van het woord, maar wel een spaarregeling. Vitaliteitssparen houdt namelijk in dat werknemers (maar bijvoorbeeld ook ZZPíers) fiscaal vriendelijk een bedrag opzij kunnen leggen om inkomstenderving in de toekomst op te vangen, bijvoorbeeld als ze tijdelijk of voorgoed minder gaan werken.

De overheid lijkt met de regeling vooral te beogen oudere werknemers langer aan het werk te houden. Dat komt ook tot uitdrukking in het woord vitaliteitssparen. Het element vitaliteit suggereert dat de regeling vooral bestemd is voor oudere, maar nog vitale werknemers en niet zozeer voor jongere werknemers die tijdelijk minder gaan werken om bijvoorbeeld de kinderen op te vangen. Door de vitaliteitsregeling kunnen die oudere werknemers op latere leeftijd wat minder gaan werken, waarbij ze hun inkomensverlies dan gedeeltelijk of geheel kunnen compenseren met het bedrag dat ze via het vitaliteitssparen hebben vergaard." 

Ingevoerd door: JC  op 23 oktober 2011

 

terug naar alfabetische lijst

terug naar chronologische lijst

terug naar welkom