Neologisme nr. 1197:  scheeftrouwen

Bron: Taalbank, Woord van de dag, 22 maart  2013

Citaat: "Vandaag schrijft dagblad Trouw over mopperende en monkelende trouwambenaren. Gewone negen-tot-vijfambtenaren en babsen (buitengewone ambtenaren burgerlijke stand) spreken er schande van dat steeds meer mensen zich gratis laten trouwen op regenachtige maandagochtenden. De mogelijkheid om gratis te trouwen is ooit gecreëerd voor minvermogenden en ambtenaren vinden dat het kosteloze huwelijk er voortaan weer alleen voor armelui moet zijn: 'De trouwambtenaren willen dat het kosteloos huwelijk is voorbehouden aan paren die het niet kunnen betalen. En dan met alles erop en eraan. Net als 'scheefhuren' zou ook 'scheeftrouwen' aangepakt moeten worden’ (Trouw, 22-3-2013).

Scheeftrouwen is een nieuwe kraal aan het snoer met scheef-samenstellingen. Eerder zijn scheefwonen en scheefhuren ingeburgerd voor wonen respectievelijk huren in een woning die te goedkoop is in verhouding tot het inkomen. Naar analogie daarvan kunnen kennelijk gemakkelijk meer samenstellingen met scheef worden gemaakt. Eerder troffen we op internet al woorden als scheefrijden (in een te goedkope auto rijden), scheefleven (te goedkoop leven naar verhouding van het inkomen) en scheefleren aan (een te lage opleiding volgen voor wat men kan), maar die woorden waren meestal niet zo serieus bedoeld. Dat zal scheeftrouwen ook wel niet zijn, maar het feit dat zo’n woord spontaan gevormd kan worden, geeft aan dat scheef zomaar een productief eerste woorddeel in samengestelde werkwoorden kan gaan worden.

Ingevoerd door: JC  op 22 maart  2013

 

terug naar alfabetische lijst

terug naar chronologische lijst

terug naar welkom