neologismen in het vakgebied economie (Klik op het neologisme voor meer informatie) klik hier om uw voorstel of commentaar in te dienen (laatst bijgewerkt op 14-01-2012)
|
aasgierfonds, affairist, afroomkassa, afvalbaron, agflatie, anderlander, anglobalisering, ballonlening, bankendomino, bankmakelaar, belastingafdak, bierbonus, blogonomie, buzzen, Canada Dry-regeling, cijferberoep, citroenloopbaan, containerduiken, (corporate governance), ecocheque, ecovatie, eersteprijsproduct, fairshoppen, geldezel, geldicide, gevoelsindex, glokaal, halalhypotheek, hamburgerbaan, ik-bv, infrabeheer, knoflookcrisis, koerserectie, kredietverwachting, letsen, mac-baan, micro-consument, micromanager, momentconsument, neuro, notioneel, omzetdrijver, opeethypotheek, opknipovername, gouden parachute, patenttrol, petropolitiek, praateconomie, precariaat, presenteïsme, prijskrachtig, productplaatsing, retentie, rimpeldag, schermschrapen, scheuro, servitisatie, super, talentisme, twinsumeren, vastgoedbubbel, vlaktaks, wentelkrediet, wentelpremie, zeuro, zweetlokaal