neologismen in het vakgebied economie

(Klik op het neologisme voor meer informatie)

klik hier om uw voorstel of commentaar in te dienen

 

 

aasgierfonds, affairist, aflosaftrek, afroomkassa, afvalbaron, agflatie, anderlander, anglobalisering, appconomie, baanboetseren, balansburger, balanseconomie, ballonlening, bankendomino, bankmakelaar, belastingafdak, bierbonusblogonomie, buzzen, Canada Dry-regeling, cijferberoep, citroenloopbaanconsudelen, containerduiken, (corporate governance), crowdfunding, digimunt, Dijsselbloem-, ecocheque, ecovatie, eersteprijsproduct, eurobond, fairshoppen, flitshandel, foefelakkoord, geldezel, geldicide, gevoelsindex, glokaal, Grexit, halalhypotheek, hamburgerbaan, hamsterhuren, helikoptergeld, ik-bv, infrabeheer, knoflookcrisis, koerserectie, kredietverwachting, krimpflatie, kwant, letsen, mac-baan, marktisme, micro-consument, micromanager, momentconsument, muilezel, neuro, notioneel, oceaaneconomie, oceaangeld, omzetdrijver, opeethypotheek, opknipovernamepakkenproletariaat, gouden parachute, patenttrol, petropolitiek, plofcarričre, ponzifraude, praateconomie, precariaat, presenteďsme, prijskrachtig, productplaatsing, promotieval, quotilde, renterover, rentesocialisme, retentie, retourfraude, retourpinnen, rimpeldag, Rubikakkoord, schemertaxi, schermschrapen, scheuro, schorteneconomie, servitisatie, showroomenSpexit, sukuk, super, talentisme, taperen, terugpinnen, twinsumeren, vastgoedbubbel, veruberisering, vlaktaks, wegsluisoma, wentelkrediet, wentelpremie, woonbonus, zeuro, zombiebank, zweetlokaal

  

terug naar welkom