A A A

artikel "Wat is terminologie?"

                                                            

Terminologie in de Lage Landen : een stand-van-zaken

Willy Martin (NL-TERM), Hennie van der Vliet (SNT, A’dam), Attila Görög (SNT, A’dam)

Uit: Neerlandia/Nederlands van Nu, het tijdschrift van het
Algemeen-Nederlands Verbond (ANV), jaargang 116 (2012), nr. 4, pp. 34-37.

(zie ook: http://www.anv.nl/)

0. Inleiding

Dit artikel is bedoeld om de lezer een inzicht te geven in wat er vandaag de dag gebeurt in de Nederlanden op het gebied van de terminologie. Middels tien korte rubrieken wordt gepoogd een antwoord te geven op vragen als: wat is terminologie?, waarom is terminologie nodig?, wie doet aan terminologie?, hoe gebeurt dat?, waar vind ik informatie over terminologie?, waar gaat het met de terminologie naartoe ?. Er is niet naar volledigheid gestreefd, in het korte bestek van dit artikel was dat niet mogelijk. Wel is een poging gedaan om representatief te zijn en een en ander met relevante voorbeelden te illustreren.

1.Wat is terminologie?

Terminologie kan op minstens twee manieren gedefinieerd worden. Enerzijds verwijst de term naar een verzameling termen, een vakspecifieke woordenschat, bv. medische, financiële, wiskundige terminologie (=terminologie1), anderzijds verwijst hij naar een activiteit, de studie van en de praktijk om met termen -terminologie1 dus- om te gaan (=terminologie2). Een voordeel van de tweede, ‘werkwoordelijke’, definitie is dat hierdoor beide definities makkelijk aan elkaar gerelateerd kunnen worden. Terminologie1 (de zgn. vakwoordenschat) is het object van terminologie2: alle activiteiten, zowel praktische als theoretische, die op de vakwoordenschat betrekking hebben.

Hoe men terminologie ook definieert, feit blijft dat termen hierbij een cruciale rol spelen. Hieronder worden verstaan woorden of woordgroepen die begrippen (concepten) uitdrukken die gebruikt worden binnen een bepaald vak- of kennisgebied (bv. de statistiek of het zeilen) door experten ter zake in hun communicatie onderling (vakintern) of naar leken toe (vakextern). Zo zullen artsen met vakgenoten over fimosis spreken, daar waar zij naar een patiënt toe eerder vernauwing van de voorhuid zullen gebruiken om hetzelfde concept aan te duiden.

Terminologie houdt zich dus bezig met hoe kennis d.m.v. taal wordt gecommuniceerd binnen een vakgebied en kent hierbij een cruciale rol toe aan termen.

2. Het maatschappelijke belang van Nederlandstalige terminologie

Termen komen voor in vaktaal, de taal waarin experten binnen een bepaald kennisdomein (vak) met elkaar (vakintern) en met niet-experten (vakextern) communiceren. In dat opzicht mag het duidelijk zijn dat de intuïtief plausibele categorieën algemene taal vaktaal niet op een zwart-wit tegenstelling berusten, maar dat er sprake is van een gedeeltelijke overlap en flexibele grenzen. Zo bv. zijn de oorspronkelijk vakinterne ICT-termen downloaden en spreadsheet in de algemene taal doorgedrongen, net zoals muis en scherm, woorden uit de algemene taal, in het ICT-domein binnengedrongen zijn. 

 

 


Algemene taal & vaktaal

Terminologie en termen zijn er dus niet alleen voor de expert maar ook voor de leek. Daarom ook is het streven naar het behoud van vaktalige communicatie in de moedertaal belangrijk. Wordt er niet langer binnen een kennisdomein door experten in de moedertaal gecommuniceerd, dan ontstaat er niet alleen een functie- en domeinverlies en wordt het bereik van de moedertaal kleiner, maar tevens ‘verarmt’ de algemene taal: zij wordt niet langer ‘gevoed’ door de vaktaal in kwestie en zo in haar natuurlijke groei geremd. In die zin zijn vaktalen en termen niet alleen belangrijk an sich, -- door hun bestaan alleen al versterken zij de positie van de taal waarin zij geschreven zijn --, maar ook voor de algemene taal. Hier is dan ook een taak weggelegd voor de overheid die erover dient te waken dat de burger in alle domeinen in zijn/haar eigen taal wordt aangesproken. In Nederland en Vlaanderen wordt deze taak behartigd door de Nederlandse Taalunie (NTU) die in 1980 bij verdrag tussen beide landen werd ingesteld om het taalbeleid vorm te geven en te coördineren. Voor het terminologiebeleid wordt zij hierin geadviseerd door de Commissie Terminologie (Co-Term). Ook het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie (SNT, zie rubriek 5) en de belangenvereniging NL-TERM (zie rubriek 4) spelen hierbij een voorname rol.

3. Terminologen

Uit het voorafgaande kan men afleiden dat terminologen zich in eerste instantie zullen bezighouden met het beschrijven, controleren, bestuderen, produceren, verzamelen en organiseren van de woordenschat van één of meer vakgebieden en, in ruimere zin, van vaktaal. Terwijl men tot voor kort in Nederland een opleiding (MA) tot terminoloog kon volgen, worden thans in het Nederlandse taalgebied alleen nog opleidingsonderdelen terminologie aangeboden, voornamelijk binnen vertaalopleidingen (zie verder rubriek 6).

Hoewel men kan betreuren dat de opleiding MA in de Terminologie aan de VU in Amsterdam in 2007 werd afgeschaft, is het zo dat terminologie bij uitstek een discipline is die zich leent tot inbedding (bv. als minor) in een andere discipline (bv. in een opleiding vertalen of in een opleiding tot documentalist), of in een ander, niet-talig, kennisdomein (bv. recht- of medische studies).

Met andere woorden, juist omwille van het feit dat termen op het snijvlak liggen van taal en vakkennis en met de organisatie en overdracht van die kennis te maken hebben, is terminologie niet alleen een zaak van terminologen in de enge zin van het woord, maar o.m. ook van domeindeskundigen, wetenschappers, (grote) bedrijven, normalisatiedeskundigen, wetenschapsjournalisten, vakorganisaties, vertalers, tolken, taaladviseurs, IT-specialisten en beleidsmakers. Éen van de doelen die NL-TERM, de Vereniging voor Nederlandstalige Terminologie, zich stelt, is precies deze diverse groepen met elkaar in contact te brengen en een communicatieplatform aan te bieden. Hoe zij daarbij te werk gaat, wordt in de volgende rubriek verduidelijkt.

4. NL-TERM: de Vereniging voor Nederlandstalige Terminologie

NL-TERM, opgericht in 1997 en gesubsideerd door de NTU, is een vereniging die zich richt tot iedereen die betrokken is bij de ‘Nederlandse terminologie’, zowel theoretisch als praktisch. Dit betekent niet dat NL-TERM ijvert voor een zgn. ‘zuiver-Nederlandse terminologie’, vaktalen die uitsluitend Nederlandse woorden bevatten, wel zet zij zich in voor het behoud van Nederlandse vaktalen, d.w.z. voor communicatie in het Nederlands binnen vakgebieden (zie ook rubriek 2). Te dien einde wil NL-TERM mensen uit de praktijk, het onderwijs en de wetenschap samenbrengen op basis van een gemeenschappelijk belang, hun terminologische deskundigheid bevorderen en bijdragen aan het terminologiebeleid in Nederland en Vlaanderen.

Een en ander gebeurt door de organisatie van studiedagen, workshops, congressen en colloquia, meestal in samenwerking met het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie (zie volgende rubriek) of met andere organisaties zoals de Stichting Nederlands.

Voor de belangrijkste ‘evenementen’ van de afgelopen jaren verwijzen wij naar rubriek 9, maar bij de TiNT-dagen, één van de meer recente bijeenkomsten, staan wij hier even stil.

Vanaf  december 2009 organiseert NL-TERM (i.s.m. het Steunpunt) een jaarlijkse TiNT-dag (= Terminologie in het Nederlandse Taalgebied) beurtelings in Vlaanderen en Nederland (2009: Lessius, Antwerpen, 2010: VU, Amsterdam, 2011: Hogeschool Gent, 8 december, 2012: Meertens, Amsterdam). Wie een actuele stand-van-zaken wil krijgen van wat zich afspeelt binnen de terminologie in Nederland en Vlaanderen of wie zelf, in het Nederlands, zijn/haar lopend onderzoek/werk/project wil voorstellen, krijgt daartoe de kans geboden op de TiNT-dag.

De TiNT-dagen vinden ieder jaar in de eerste helft van december plaats. Ook verschijnen de lezingen, één jaar na dato, als NL-TERM-publicatie (tot nu toe: TiNT-dag 2009, 2010, 2011). Voor meer informatie zie de NL-TERM-webstek: http://www.nlterm.org/

 

 

5. Het Steunpunt voor Nederlandstalige Terminologie (SNT)

Het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie werd, onder de auspiciën van de Nederlandse Taalunie, in 2007 opgericht op initiatief van de Nederlandse en Vlaamse Overheid.  Eén van de redenen daarvoor was dat de Nederlandstalige terminologie blijkbaar meer en meer onder druk kwam te staan. In veel internationaal georiënteerde vakgebieden wordt de terminologie steeds meer Engelstalig. De burger heeft er belang bij door overheden en bedrijven in de eigen taal te worden toegesproken, ook in een Europese context. Om eraan bij te dragen dat het Nederlands ook als taal voor wetenschap, politiek, handel en industrie blijft bestaan, biedt het Steunpunt informatie en ondersteuning aan iedereen die zich professioneel met de Nederlandstalige terminologie bezighoudt. Dat zijn bijvoorbeeld vertalers, maar ook informatiespecialisten, docenten en wetenschappers.

Als informatie- en adviespunt probeert het Steunpunt de doelgroep bewust te maken van het belang van goede terminologie. Daartoe biedt het informatie over Nederlandstalige terminologie op de website www.NedTerm.org en organiseert het in samenwerking met NL-TERM workshops en symposia (zie rubriek 9). Het Steunpunt geeft viermaal per jaar een nieuwsbrief uit die veel wordt gelezen en op de website is aan te vragen. Het Steunpunt  is een samenwerkingsverband tussen terminologen van de Vrije Universiteit van Amsterdam en informatiespecialisten van het Gentse bedrijf Cross Lang. Dat maakt dat het Steunpunt een brug kan slaan tussen de terminologie als wetenschappelijk vakgebied en als activiteit in een commerciële context.

Het Steunpunt is niet het enige terminologiecentrum in Europa. Andere centra, vaak veel groter van omvang, bevinden zich bijvoorbeeld in de Scandinavische landen, Duitsland en Frankrijk, maar ook in de Spaanse regio Catalonië, waar men  zich voor de lokale taal sterk maakt.  Over de werking van de Europese centra werd in 2010  in Leeuwarden een symposium georganiseerd. De presentaties werden gebundeld onder de titel Terminology for Europeans (and beyond) en verschenen als NL-TERM- publicatie.

6. Onderwijs en Onderzoek

Aan alle vertaalhogescholen in Nederland en Vlaanderen wordt terminologie onderwezen. Onder studenten blijkt het niet altijd een populair vak. Met name vertalers vinden dat het onderwijs in de terminologie slecht aansluit op de praktijk, waarin de vertaler weinig of geen tijd voor terminologiebeheer is gegund. Behalve aan vertaalhogescholen wordt ook in bijvoorbeeld medische en juridische opleidingen aandacht aan terminologie besteed.

Op onderzoeksgebied is de terminologie in Nederland en in België zeer goed vertegenwoordigd. Onderzoeksgroepen die daartoe bijdragen zijn onder meer de onderzoeksgroep van de Artesis Hogeschool Antwerpen met onderzoek over de taal van bijsluiters, de groep rond prof. Vossen (VU Amsterdam) met onderzoek op het gebied van de computationele terminologie en lexicologie, het Centrum voor Vaktaal en Communicatie (Erasmus Hogeschool, Brussel) met variatieonderzoek bij termen en de Hogeschool Gent met onderzoek naar termextractie.

7. Taaltechnologische toepassingen voor Terminologie 

Taaltechnologische toepassingen voor terminologiebeheer worden steeds professioneler, goedkoper en eenvoudiger te bedienen. Professionele werkmethoden uit de linguïstiek worden daardoor voor iedereen toegankelijk.  

Een voorbeeld is de TermTreffer, een termextractor die de Nederlandse Taalunie binnenkort voor het Nederlands beschikbaar gaat stellen. De TermTreffer maakt het mogelijk op uiterst eenvoudige wijze een corpus van vakteksten te bouwen en uit dat corpus automatisch termkandidaten te extraheren. De programmatuur helpt de voorgestelde termen in het corpus op te zoeken en te analyseren, om ze vervolgens wel of niet aan een termenbestand toe te voegen. Het betreft geen nieuwe technologie maar de eenvoud en de toegankelijkheid maken het mogelijk dat iedereen gaat werken met methoden die tot voor kort alleen tot beschikking stonden van experts in een zeer gespecialiseerde werkomgeving.

 

TermTreffer

Een andere ontwikkeling binnen de taaltechnologie is on-line samenwerking. Grote bestanden komen voor iedereen beschikbaar, formaten worden gestandaardiseerd en het gebruik van transparante werkomgevingen als wiki’s maakt het mogelijk consistent te werken, anderen bij het samenstellen van terminologische bestanden te betrekken en grote groepen mensen van de bestanden te laten profiteren. Een voorbeeld van een terminologieplatform gebaseerd op wikitechnologie is www.Termwiki.com.

Een volledig overzicht van taaltoepassingen met toelichting vindt men op de website van het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie (www.nedterm.org).

8. Informatiekanalen    

Het centrale informatiekanaal voor Nederlandstalige terminologie is het terminologieportaal www.nedterm.org van het Steunpunt voor Nederlandstalige Terminologie. De site bevat  informatie over terminologie-evenementen, cursussen, nieuws, programmatuur, enz. Daarnaast heeft het Steunpunt een weblog en een nieuwsbrief opgezet. Een online beschikbare RSS-reader verzamelt postings vanuit meer dan 70 taal-, vertaal- en terminologie-gerelateerde weblogs, geschreven door deskundigen en communicatiespecialisten van bedrijven. Tenslotte onderhoudt het Steunpunt de SNT-groep op LinkedIn waar workshops en conferenties op het gebied van terminologie worden aangekondigd en terminologische problemen interactief worden besproken.

Wat betreft informatie over vakspecifieke terminologie in de zin van termen en termenlijsten is www.nedterm.org ook een goed uitgangspunt. De site bevat een verzameling links naar online termenlijsten van verschillende vakgebieden (juridisch, medisch, financieel etc). NedTerm is uiteraard niet het enige informatiekanaal. Digitale bronnen (elektronische woordenboeken, glossaria en corpora),  informatieportalen van een bepaald vakgebied en nieuwssites van een bepaald domein bevatten allemaal relevante informatie over terminologie en zijn te vinden op het internet.

Naast bovengenoemde kanalen is er een nieuwe tendens in de richting van online samenwerking van gebruikers met behulp van de nieuwe media en sociale websites. De gebruikers vinden en delen hun informatie op interactieve websites zoals wiki’s.

9. Evenementen

Persoonlijk contact en kennisoverdracht in de vorm van bijeenkomsten is essentieel voor de totstandkoming van een werkgemeenschap met onderlinge samenhang. Hieronder volgen enkele evenementen van de afgelopen 3 jaar in Nederland en Vlaanderen. Voor meer informatie over terminologie-evenementen kijk op de agenda van www.nedterm.org. Daar vindt men ook initiatieven van andere hogescholen, van bedrijven en van professionele aanbieders van cursussen.

 

Titel

Datum

Plaats

Aard

TiNT 2012 - Terminologie in het Nederlandse Taalgebied

7-12-2012

Amsterdam

Conferentie (zie rubriek 4)

Themadag Terminologie van de Nederlandse Universitaire Vertaalopleidingen (NUT)

2-11-2012

Leiden

Themadag

Terminologie: een sleutel tot andere werelden?

27-8-2012

Antwerpen

Colloquium Neerlandicum pre-congress symposium

 

Culture-bound terminology and the process of harmonization: Research questions and methodologies (2012) 

20-4-2012

Brussel

Internationale terminologiebijenkomst

TiNT 2011 - Terminologie in het Nederlandse Taalgebied

9-12-2011

Gent

Conferentie (zie rubriek 4)

Neology and specialized translation (2011) 

29-4-2011

Brussel

Internationale terminologiebijeenkomst

Terminologie in de bedrijfscontext

12-5-2011

Gent

Workshop

TiNT 2010 - Terminologie in het Nederlandse Taalgebied

3-12-2010

Amsterdam

Conferentie (zie rubriek 4)

Terminology for Europeans (and beyond)

5-7-2010

Leeuwarden

Euralex pre-congress symposium

The dynamics of terms in specialised communication (2010) 

23-4-2010

Brussel

Internationale terminologiebijeenkomst

 

 

10. Toekomstperspectieven

Zoals gezegd staat de Nederlandstalige terminologie onder druk in een mondiale samenleving, waarin Engels de lingua franca is. Toch zijn de vooruitzichten niet zo negatief.

Om te beginnen zijn daar de inspanningen van de belangenvereniging NL-TERM en van de overheid. De uitdaging voor de komende jaren is de wetenschap en de praktijk beter op elkaar aan te laten sluiten. Dat kan onder meer vanuit het onderwijs worden verwezenlijkt, waar expliciete aandacht voor de band tussen wetenschap en praktijk tot relevantere en meer aantrekkelijke programma’s kan leiden. Een belangrijke bijdrage in de richting is ook de ontwikkeling van elektronisch gereedschap en bronnen (corpora) voor het Nederlands, die nadrukkelijk bedoeld zijn om wetenschappelijke methoden binnen het bereik van de praktijk van bijvoorbeeld de vertaler te brengen. NL-TERM en het Steunpunt werken gezamenlijk aan deze professionaliseringslag.

Ook buiten de directe doelgroep wordt de terminologie steeds belangrijker. We zetten tegenwoordig vrijwel al onze informatie op het internet. Maar wat we daar met de zoekmachines kunnen vinden, is maar een heel beperkt deel van de beschikbare informatie. Weinigen beseffen dit, maar bij de ontsluiting van het wereldwijde web met intelligente, semantische zoekmachines en de ontwikkeling van het semantisch web www 3.0, dat stap voor stap het ons inmiddels vertrouwde www 2.0 gaat vervangen, speelt terminologisch onderzoek een belangrijke rol.

Ten slotte staat de Nederlandstalige terminologie weliswaar in sommige vakgebieden onder druk op het niveau van de communicatie tussen experts, maar dat is allerminst het geval voor wat betreft vaktalige communicatie op een meer algemeen niveau.  Bedrijven en overheden zijn zich er inmiddels zeer van bewust dat klanten en burgers alleen te bereiken zijn in hun eigen taal. De stormachtige ontwikkeling van het vak dat localizatie heet, is daarvan een rechtstreeks gevolg. Als vakgebieden overlappen de terminologie en de localizatie elkaar voor een groot deel.

Dit alles neemt niet weg dat het voor burger, bedrijf en overheid een gigantische uitdaging blijft om ervoor te zorgen dat ‘het Nederlands een taal moet blijven die altijd en overal voor gebruikt kan worden’ (uit een toespraak van de toenmalige Nederlandseminister Plasterk in 2007). Om een beter zicht te krijgen wat daarvoor op het gebied van de terminologie dient te gebeuren heeft NL-TERM recentelijk een gebruikersenquete opgezet. De eerste resultaten zullen op de eerstvolgende TiNT-dag (7 december 2012) gepresenteerd worden en later naar de overheid toe gerapporteerd.