ex-neologismen
Het leven van een neologisme is eigenaardig: het ontstaat in het brein van een schrijver of spreker, leeft vervolgens enige tijd op NEOTERM, en eindigt dan als ex-neologisme wanneer het opgenomen wordt in bepaalde publikaties*.
Sommige neologismen geraken ingeburgerd in de hemel van het algemeen Nederlands, terwijl andere ten eeuwigen dage verblijven in het voorgeborchte dat NEOTERM ook is!
* bv. van Dale's GWNT XIV van 2005 of het "Jaarboek taal 2007", van Dale 2006
Absurdistan, achterwacht, acquis, afstandonderwijs, alcoholslot, alcomobilist, alibiali, alterneut, amigocratie, apologieverbod, applet, asobak, basejumpen, beurtbalkje, blog, bodemrechter, broodje aap, Calimerocomplex, canapépolitiek, chillen, cijferfetisjisme, cliniclown, corporate governance, delier, dissen, e-business, fluistercampagne, fortuynisme, gen-, grijsdenken, grijs water, huidvraat, interface, kabelaar, ketsen, kliko, klokkenluider, laatstewilpil, leesmoeder, magneetschool, makke, metroseksueel, meuren, mondegreen, morgue, naveltruitje, neocon, obees, ongecijferdheid, oorlogshitser, ornithopter, oudkomer, romper, roodrijden, rookzuil, schaduwweduwe, spam, stent, super, taikonaut, thuispagina, traumahelikopter, Tsunamië, url, veelpleger, vlaktaks, watertoets, watertolletje