Neologisme nr. 1076:  dakboerin

Bron: Taalbank, Woord van de dag, 17 april 2012

Citaat: "Vandaag schrijft de Telegraaf over een heel trendy en hedendaags fenomeen: groente telen op de daken van bedrijfsgebouwen en flats. Zo gaat er dezer dagen op de Rotterdamse Schiekade een educatief project van start waarbij wortels en tomaten op het dak van een kantoor zullen worden geteeld. Volgens een van de initiatiefnemers, dakboerin Annelies Kuipers, is dit nog maar het begin van het hobbyboeren op grote hoogte, want het valt het niet uit te sluiten 'dat op de lange termijn op meer locaties in Rotterdam dakmoestuinen worden geplaatst’ (Telegraaf, 17-4-2012)." 

Commentaar: "Net als dakboerderij is dakmoestuin een nog vrij onbekend woord, maar dankzij de toenemende verstedelijking zouden deze woorden best furore kunnen maken in de komende decennia. In het verlengde hiervan liggen ook urbaan-agrarische woorden als kantoorboerderij, balkonboerderij en gevelmoestuin voor de hand. Sterker nog, ook deze woorden hebben de afgelopen tijd al eens in een Nederlands dagblad of tijdschrift gestaan. Woorden als dakgroente, daktomaat en dakwortel zullen ongetwijfeld niet lang op zich laten wachten. We verwachten dan ook dat de verzameling samenstellingen met dak in het woordenboek binnenkort met een flink aantal agrarische woorden zal moeten worden uitgebreid.

Een van die woorden is dakboerin. Zowel in de krant als op internet is dakboerin sinds 2011 een regelmatig aangetroffen woord. De frequentie van dakboerin staat in schril contrast met die van het woord dakboer, dat nog nooit in een Nederlandstalige krant heeft gestaan en op internet met krap 90 hits (in vergelijking: dakboerin levert 19200 hits op) eigenlijk een non-existent woord is. Wat kunnen we daaruit opmaken? Maakt het woord dakboerin misschien duidelijk dat het nieuwe, urbane boeren eigenlijk geen 'mannenwerk' is?" (ib.)

Ingevoerd door: JC  op 17 april 2012

 

terug naar alfabetische lijst

terug naar chronologische lijst

terug naar welkom